Historie

Halderberge, een historie van ruim zeven eeuwen

De gemeente Halderberge ontstond op 1 januari 1997 na de opheffing en samenvoeging van de gemeenten Hoeven, Oudenbosch, Oud en Nieuw Gastel en de kerkdorpen Bosschenhoofd en Stampersgat. Dat was een gevolg van de gemeentelijke herindeling in de provincie Noord-Brabant. De naam Halderberge symboliseert niet alleen de historische verbondenheid van de dorpskernen, maar doet bovendien recht aan de historische grondslag van waaruit de dorpsgemeenschappen zich hebben ontwikkeld.

Vroege historie

Vanaf het jaar 1275 wist de cisterciënzer abdij van St. Bernard te Hemiksem in het gebied van Gastel, Hoeven en Oudenbosch allerlei rechten en goederen te verkrijgen.
De schenking in december van dat jaar door Arnout van Leuven, heer van Breda, markeert de entree van de abdij in onze regio. In een akte van 6 december 1298, waarbij de heer van Breda de abt bevestigt in zijn bezit en zijn bestuurlijke en rechtsprekende bevoegdheden, wordt regelmatig gesproken over het Goed van Halderberge.

12-16e eeuw

Tussen de twaalfde en zestiende eeuw werden dorpen gesticht. Op strategische plaatsen gingen turfstekers, landbouwers en schippers wonen. In de zestiende eeuw stopte de turfwinning. Tijdens de Tachtigjarige oorlog braken epidemieën uit en loopt het gebied leeg. Vanaf 1648 begon een periode van wederopbouw en ontstaan de dorpen zoals we ze nu kennen.

De naam Halderberge

De oorsprong van het toponiem Halderberge is niet eenduidig vast te stellen. Een eerste variant verklaart Halderberg uit Halreberg, waarbij de stam Halre vervolgens is afgeleid van Harle. De samenstelling van har of haar en le of lo staat dan respectievelijk voor een zandige heuvelrug en een bosje op hoge zandgrond. De tweede variant zoekt de betekenis van Halreberg in het Germaans, waarbij halu staat voor afhellend en berga voor berg.

Symbool van het collectief verleden

De vaststelling van Halderberge als gemeentenaam betekent een blijk van waardering voor de monniken van de laatste abdij van Sint Bernard, die in het laatste kwart van de dertiende eeuw de basis legden voor de latere ontwikkeling van de dorpsgemeenschappen van Gastel. Hoeven en Oudenbosch.
Zoals bekend zijn de woonkernen Stampersgat en Bosschenhoofd van latere datum. De naam Halderberge getuigt bovendien van respect voor ons gezamelijk verleden en de historie van de voormalige gemeenten.
Met de keuze voor de naam Halderberge toonden het lokale bestuur, de heemkundekringen en de bevolking, dat hun geschiedenis meer is dan een opgeslagen archief: het is een symbool van hun collectief verleden.

Oudenbosch en het Rijke roomse leven

Het groeiend katholicisme zorgde voor bevolkingsgroei, en in het verlengde hiervan kwamen er meer kerken, meer priesters, meer onderwijs en ziekenhuizen. Het rijke roomse leven leverde de regio veel op. In de 19e eeuw ontwikkelde Oudenbosch zich steeds meer als (religieus) onderwijscentrum.
In Oudenbosch is het Roomse leven nog te voelen en te proeven. Belangrijkste getuige daarvan is natuurlijk de basiliek, die het landschap domineert. Deze Basiliek werd gebouwd tussen 1865 en 1892. Initiatiefnemer voor de bouw was pastoor Hellemons, die gefascineerd was door de bouwwerken in het Vaticaan. Hij wist meer dan 3.000 Oudenbossche burgers te winnen voor dit project en bouwde zijn Basiliek.

Maar ruim voor die tijd speelde de religie al een grote rol. Het waren immers de monniken van Sint Bernard die de streek groot maakten met hun turfwinning en die een sterke binding hadden met de streek.

Eén van de eerste gebouwen in de streek was een kapel, die omstreeks 1297 werd gebouwd. In de 19e eeuw ontwikkelde Oudenbosch zich steeds meer als (religieus) onderwijscentrum.
Duizenden jongens en meisjes zaten in Oudenbosch op het internaat en kregen les van de broeders van St. Louis en van de zusters van St. Anna.

Oud en Nieuw Gastel en Stampersgat

Ook de geschiedenis van Oud en Nieuw Gastel gaat terug tot 1275. In die tijd was sprake van de parochie Gestele. In de zestiende eeuw werd in de nabijheid van Gastel, in de in 1551 aangelegde polder Heer Jansland, een nieuwe parochie gesticht, die Nieuw Gastel werd genoemd.
In 1583 werd door toedoen van het Staatse leger de polder met het dorp onder water gezet om de oprukkende Spanjaarden tegen te houden.
Pas negen jaar later werd de polder weer drooggelegd. Van het dorp, dat lag op het kruispunt Barlaqueseweg en Sint Antoinedijk, was weinig overgebleven en werd niet meer opgebouwd.

Stampersgat is eigenlijk toevalligerwijs ontstaan. Op de plaats waar nu het dorp is, vestigden zich in de 17e eeuw enkele vissers en schippers.
In 1628 werd een hoeve in het gebied bewoond door de familie Janz. Stamper, hetgeen de naam verklaart.
In 1810 werden Oud en Nieuw Gastel (met dit laatste dorp werd eigenlijk Heer Jansland bedoeld) samengevoegd tot één gemeente en werd Stampersgat ingelijfd.
De bevolking van deze gemeente hield zich toen vooral bezig met landbouw.
Tot het midden van de 19e eeuw werd er in het gebied veel 'meekrap'geteeld, een plant waarvan de wortel een kostbare rode kleurstof opleverde. Na die tijd hebben verschillende suiker- en zuivelfabrieken zich in Oud en Nieuw Gastel gevestigd.

Hoeven

De naam van het dorp Hoeven doet een andere ontstaansgeschiedenis vermoeden, maar Hoeven is niet ontstaan rondom een hoeve. In de 13e eeuw was een 'hoeve' een oppervlaktemaat van 12 bunder. Eén hoeve grond was voldoende om een hoeve op te vestigen. Met de verkoop van een grondstuk van 100 hoeve van de Heer en Vrouwe van Breda aan de abt van St. Bernardus is Hoeven ontstaan.

Een van de meest markante gebouwen in Hoeven vindt zijn wortels in de ontstaansperiode van Hoeven. Het huidige conferentiecentrum Bovendonk, een schitterend neogotisch monument, staat op de plaats waar de monniken van de abdij een uithof bouwden en van waaruit zij de streek bestuurden. Na verschillende verbouwingen is aan het einde van de 19e eeuw het huidige gebouw op die plaats gebouwd.

Bosschenhoofd

Binnen de grenzen van Halderberge is Bosschenhoofd zonder twijfel het jongste dorp. Pas tussen 1840 en 1860 werd het gebied waarin het dorp ligt onsloten en kon de schaarse bevolking in de heidegehuchten van het woeste gebied uitgroeien tot een gemeenschap. In 1882 werd een echte gemeenschapsvoorziening getroffen in de vorm van een school. Vier jaar later kreeg het dorp een eigen kerk.
De naam Bosschenhoofd dankt het dorp aan een overslagplaats voor turf, die zich in de 16e eeuw noordelijk van het dorp bevond.
Door de hoogteverschillen in het landschap moest een uitgebreid stelsel van sluizen en wallen worden aangelegd. Tot 1938 waren deze structuren nog te zien, maar door de reconstructie van een weg zijn deze laatste overblijfselen verdwenen.

oude ansichtkaart Oudenbosche basiliek
Oude ansichtkaart uit Oud Gastel
Oude ansichtkaart van Stampersgat
Oude ansichtkaart van retraitehuis Seppe in Bosschenhoofd
Oude ansichtkaart van
Oude ansichtkaart van
Oude ansichtkaart van
Oude ansichtkaart met de basiliek uit Oudenbosch